-
Over ons, d.w.z. over St. Jansklooster, haar activiteiten, haarMonnikenmolen en molens in 't algemeen.  
 
Sint Jansklooster ( In 't Nedersaksisch : ′t Klooster),  is een dorp in de Kop van Overijssel, gelegen in de provincie Overijssel. Het ligt tussen Vollenhove en Meppel.  Sint Jansklooster is genoemd naar het convent op de Sint Janskamp, een  klooster dat in 1399 werd gesticht door de blinde Johannes van Ommen. Het Sint Jansklooster werd in 1581 verwoest tijdens de Tachtigjarige  Oorlog.
Het dorp met de omliggende gebieden wordt Ambt Vollenhove genoemd en ligt in het Land Vollenhove. Sinds  1 januari 2001 behorend tot de gemeente Steenwijkerland. Sint Jansklooster telt ongeveer 1500 inwoners. De bekendste voormalig inwoner van het dorp is ongetwijfeld Evert van Benthem, ( zie hierover verop ) 
tweevoudig winnaar van de Elfstedentocht. In het dorp staat een stellingmolen uit 1857, de MONNIKENMOLEN, en een tjaskermolen,genaamd " De Foeke".   Sint Jansklooster valt onder het gebied van Vollenhove. Ook wel Land Veno genoemd. Andere streken van Land Veno zijn  Barsbeek,  Heetveld,  Leeuwte,  Moespot,  Kadoelen en De Krieger.   
 
Het jaarlijkse bloemencorso
St. Jansklooster is in de wijde omgeving bekend door het grote bloemencorso, dat elk jaar op de derde vrijdag van augustus gehouden wordt. Dit corso trekt dan ook duizenden belangstellenden. De plaatselijke bewoners zijn maanden van te voren al met de voorbereidingen bezig. Voor de versiering van de metershoge praalwagens worden hoofdzakelijk dahlia's gebruikt. Het aantal dahlia's verschilt van 120.000 tot 350.000 stuks per corsowagen.
 
Sport in St. Jansklooster.
Op het sportcomplex "de Monnikenmolen" is de Sportvereniging VHK gevestigd. De naam VHK is afgeleid van VlugHeid en Kracht. Bij de oprichting in 1954 was het de bedoeling om de vereniging de naam VeK mee te geven, maar deze naam bestond al. Om toch de woorden Vlugheid en Kracht te behouden werd het VHK. Hoewel er vroeger meerdere sporten aan de vereniging verbonden waren, is er nu alleen nog de voetbalvereniging. Deze telt bijna 250 leden.
 
Muziek
Het dorp kent een fanfare genaamd Soli Deo Gloria. Momenteel is Bert Beens hiervan de dirigent.
 
De elfstedentocht en Evert van Benthem.
Evert van Benthem was boer in de Leeuwte ( tussen Sint Jansklooster en Vollenhove ) als hij landelijke bekendheid krijgt wanneer hij op 21 februari 1985 de 13de Elfstedentocht wint. Samen met de marathonrijders Jan Kooiman,  Jos Niesten en Henri Ruitenberg nadert hij als eerste de finish. In de eindsprint behaalt Van Benthem uiteindelijk met enkele meters een nipte overwinning. Pas na de finish kwam hij tot de ontdekking dat er een stuk uit het ijzer van zijn schaats was afgebroken. Deze schaats is later in een aan hem gewijd museum tentoongesteld.
Wanneer de tocht het jaar daarop, op 26 februari 1986 wederom gehouden wordt, rijden Rein Jonker en Robert Kamperman in de frontlinie met Van Benthem mee. Van Benthem blijft echter aan kop, en staat die positie niet meer af. Hij blijkt wederom de sterkste en wint de rit met een tijd van 6 uur, 55 min. en 17 seconden.
De volgende Elfstedentocht is in 1997 als Van Benthem inmiddels is gestopt als wedstrijdschaatser. Hij rijdt deze tocht als tourrijder en maakte er een ereronde van. Zijn jongere broer Henk gaat vierde worden.
 
Sint Jansklooster, haar kloosters en de naam van de huidige molen.
In Sint Jansklooster stonden vroeger twee kloosters: het Clarissenklooster Clarenberg en het Sint Jansklooster.Het convent op de Sint Janskamp zoals het klooster officieel heette werd in 1399 door de blinde Johannes van Ommen gesticht. De ideeën en idealen van de Moderne Devotie, zoals die werden gepredikt door Geert Grote van Deventer, hadden hem zeer aangegrepen. Deze kerkelijke hervormingsbeweging streefde naar een geordend samenleven van vrouwen en mannen, die als leken niet gebonden waren aan kloosterbeloften, maar die zich wel aan de regels van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid wilden houden. Omdat het toch verstandig was om zich aan te sluiten bij een organisatie voor soortgelijke gemeenschappen kozen Johannes en zijn medebroeders voor de "Derde orde van sint Franciscus". In circa 1405, werd door gelijkgestemde vrouwen het zusterconvent, het Clarissenklooster Clarenberg, gesticht. Het Sint Jansklooster werd in 1581 tijdens de Tachtigjarige Oorlog verwoest. Vanwege de hervorming werd het niet weer opgebouwd.
Het laatste restant van het mannenklooster brandde in 1835 tijdens de grote dorpsbrand af.
In een weiland schuin tegenover de splitsing Kloosterweg-Monnikenweg zijn nog muurresten van het klooster te zien.
Al eeuwen staat er een molen in Sint Jansklooster; de naam monnikenmolen duidt erop dat het convent van Sint Jan een molen bezat. De eerste steen van de huidige molen is in 1857 gelegd.
De markante watertoren in St. Jansklooster uit 1931 is al vanuit de verte zichtbaar. Op de steenzolder is een gedicht te lezen.
 
 
 
Korenmolens, vanaf het jaar 1200 tot  2009
Het malen van graan met maalstenen voor het verkrijgen van meel om brood te kunnen bakken werd vanaf de Romeinse Tijd gedaan met kleine handmolentjes.
Rond 1200 kwamen korenmolens in gebruik die door stromend water werden aangedreven. Gezien het daarvoor benodigde geld voor de bouw van zo'n molen, waren deze molens veelal eigendom van de plaatselijke adel.
Als feodaal recht kregen zij van de landsheer daarvoor in ruil het recht om bij het malen van het graan op hun molen belasting te mogen heffen, het z.g.n. "belasting op het gemaal".
Om te voorkomen dat streekgenoten uitweken naar andere molens, werd hen "molendwang" opgelegd. Men was verplicht zijn graan op de molen van de gezaghebber te laten malen.
Het maalwerk zelf werd verricht door aparte molenaars, die de molen voor een pachtsom van de eigenaar huurde.
Hij was gerechtigd om naast de verschuldigde belasting voor de eigenaar een vastgesteld deel van het meel voor zich zelf te houden, het "scheprecht". Omdat molenaars nogal eens ten eigen voordeel te veel schepten, kwamen zij bij de bevolking in een kwade reuk te staan.
Om zo'n watermolen te kunnen verzekeren van voordoende stromend water, ontstond er een ingewikkeld stelsel van stuwrechten, welke in sommige gevallen nog steeds bestaat.
Rond 1300 was de windkorenmolen zodanig technisch ontwikkeld, dat er in West-Europa houten standerdmolens voor het malen van graan werden gebouwd. Vlakke streken, waar het bouwen van watermolens niet goed mogelijk was, hadden nu ook de mogelijkheid om met windkracht graan te kunnen malen.
Net als bij de watermolens, waren deze molens ook bezit van de landsadel. Tot de tijd van Napoleon bleven de rechten van de lokale adel om op deze manier molens te mogen exploiteren in stand.
In de steden werden molens opgericht op de verdedigingswallen rond de versterkte steden, waardoor voor de molens de windvang in stand bleef en het stadsbestuur een eigen bron van inkomsten (belasting) had.
In de 15e eeuw werden de eerste stenen torenmolens gebouwd. Het aantal is beperkt gebleven, omdat bouwen in steen veel duurder was dan in hout.
Molens op het platteland hadden doorgaans tot rond 1930 twee "productielijnen", een "bakkersgemaal" voor de broodvoorziening en een "boerengemaal" voor veevoer.
Als maalstenen werden stenen gebruikt die afkomstig waren uit de Eifel en met de Rijnvaart in Nederland kwamen. Deze stenen worden doorgaans "blauwe stenen" genoemd.
Vanaf 1900 werd ook gebruik gemaakt van gegoten (betonnen) stenen, "kunststenen" genaamd.
 
----------------------------------------------------------------------------------
Wie eens iets dieper wil spitten in onze molen kan voor meer technische gegevens terecht op de website   www.molendatabase.nl/nederland  ,  met een doorklik naar Steenwijkerland.
 
En voor historie en belevingswaarde van de streek zou men kunnen kijken op   www.vvv-vollenhove.nl
 
----------------------------------------------------------------------------------

De beltmolen, die ook wel bergmolen genoemd wordt, is op een natuurlijke of kunstmatige heuvel gebouwd die de functie van de stelling overneemt. In de heuvel is aan twee zijden een doorgang waardoor paard en wagen de molen binnen konden rijden en er aan de andere kant weer uit konden. Beltmolens zijn korenmolens.
 
 ----------------------------------------------------------------------------------
 
Sponsoren.
Heel blij zijn wij met een aantal ondernemingen in de regio welke ons jaarlijks een financiele bijdrage geven van € 150.--.
Onze dank daarvoor gaat uit naar de volgende bedrijven :

1.   Aannemers bedrijf VINKE Brederwiede B.v. te Vollenhove 
2.   Van BENTHEM veevoeders te Vollenhove
3.   Coöp. Supermarkt Compact Hobma te St. Jansklooster

Als tegenprestatie wordt tijdens de Overiisselse of de Nationale Molendag een vlag of bedrijfsbord van de sponsor aan de molen gehangen. Het bestuur stelt het zeer op prijs wanneer nog een sponsor zich zou melden. 
  
 
 
 
 
Website Builder
mogelijk gemaakt
door Vistaprint